Een schommelstel met lege zittingen
Foto: ClaraDR24, CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons

De schommel

Van alle speeltoestellen is de schommel het toestel dat nooit leeg staat. Een kind van één wil erin, een kind van twaalf wil erop staan, en er is altijd iemand aan het wachten.

Bij 644 speeltuinen op onze kaart is een schommel genoteerd, na het algemene klimtoestel het meest voorkomende toestel van het land.

Drie types, en ze zijn niet uitwisselbaar

  • De gewone schommel. Een plankje aan twee kettingen. Vanaf ongeveer vier jaar kan een kind zichzelf aan de gang houden; daarvoor moet er geduwd worden.
  • De peuterschommel. Een emmertje met openingen voor de beentjes, soms met een beugel. Vanaf dat een kind zelfstandig rechtop zit, dus grofweg vanaf een jaar. Die staan bijna nooit apart genoteerd, dus op de kaart zie je ze niet los.
  • De nestschommel. Een ronde mand waar twee of drie kinderen samen in liggen. Bij 255 speeltuinen staat er een. Dit is het enige type waar een kind dat zelf nog niet kan vasthouden toch mee kan, en het enige waar kinderen met een beperking vaak wél op kunnen. Zie een toegankelijke speeltuin.

Bij 104 speeltuinen staan een gewone én een nestschommel, en bij 151 alleen een nest. Die laatste groep is het vermelden waard: een nestschommel alleen is voor een kind dat wil staan en hoog wil, niet hetzelfde.

Waar er veel staan

Brugge heeft er de meeste met 30, gevolgd door Turnhout met 22, Leuven met 21 en Antwerpen met 18. Voor nestschommels staan Gent en Brugge samen bovenaan met elk 20, daarna Geel en Oostende met 10.

Zoals bij alle toestellen geldt: dit is wat er is ingevoerd, niet wat er staat. Er staan in België zonder twijfel meer dan 644 schommels. Zie welke toestellen staan er.

De ene regel

Bijna elk schommelongeval op een speeltuin is hetzelfde ongeval: een kind loopt voor of achter een schommel langs terwijl er iemand op zit. Niet de val van de schommel zelf — de klap van een zitting tegen een hoofd.

Daarom is dit het enige toestel waar je je kind één ding echt moet inprenten: loop er rond, nooit langs. Op een goed aangelegd terrein staan de schommels daarom aan de rand en niet in het midden, met een hek of een haag erlangs.

Verder:

  • Eén kind per zitting. Behalve de nestschommel, die is ervoor gemaakt.
  • Niet rechtop staan op een gewone schommel. Wel op een nestschommel, die hangt aan vier punten.
  • Niet draaien tot de kettingen in elkaar zitten. Dat is hoe vingers klem komen te zitten.
  • Kijk naar de ondergrond. Onder een schommel hoort zand, houtsnippers of rubber te liggen, geen aangestampte aarde. Zie de ondergrond onder de toestellen.
  • Bij vorst zijn de kettingen ijskoud. Wanten, of een kind dat niet meer wil. Zie speeltuin bij regen en in de winter.

Wachten

Op een druk plein is de schommel de plek waar het misgaat tussen kinderen, want er zijn er twee en er staan er vijf. De afspraak die overal werkt is tellen: honderd duwen en dan wisselen, hardop geteld zodat het niemands schuld is als het afgelopen is. Meer over dat soort momenten in ruzie op de speeltuin.

Zoek je een speeltuin met een nestschommel in de buurt, kijk dan bij jou in de buurt en filter op toestellen. Staat er een schommel die wij niet kennen, dan kan je dat onderaan die speeltuinpagina aanvullen.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids