Een pumptrack met golvende heuvels
Foto: Thayne Tuason, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Skatepark, pumptrack en omnisportveld

Als een gemeente ons haar speelplekken doorstuurt, zit er bijna altijd een skatepark bij. En een omnisportveld, en tegenwoordig een pumptrack. Wij zetten die er niet op, en dat verdient uitleg — want voor een kind van tien is een pumptrack duidelijk een speelplek.

Waar de grens ligt

Deze kaart toont speeltuinen: plekken met speeltoestellen. Een schommel, een glijbaan, een klimtoestel, een zandbak. Zodra er geen enkel toestel staat en het terrein bestaat uit een verharding met doelen, korven of hellingen, is het een sportterrein.

Die grens is niet mooi, maar hij moet ergens liggen. Zonder grens wordt “elke publieke speeltuin in België” langzaam “elke plek waar een kind iets kan doen”, en dan is een filter op toestellen niets meer waard. Iemand die zoekt waar zijn peuter kan schommelen, heeft niets aan een betonnen bowl.

Concreet houden we dit erbuiten:

  • Skateparken, skatebowls en skate-rails. Vorselaar schreef ons over een skatepark “in beton met bowl- en streetgedeelte” — een mooie beschrijving van iets wat geen speeltuin is.
  • Pumptracks en BMX-parcours. Ook als ze pal naast een speelbos liggen, zoals in Vorselaar het geval is.
  • Omnisportvelden, panakooien en trapveldjes. Basket, voetbal, volley. Menen telt in zijn keuringslijst zeventien voetbaldoelen en een handvol basketdoelen; geen daarvan telt mee als speeltoestel.
  • Fitnesstoestellen in open lucht. Die staan er voor volwassenen.

Wat er wél gebeurt met die meldingen

Ze verdwijnen niet. Alles wat een gemeente ons schrijft komt in ons meldingenbestand terecht, ook wat we niet tonen, met de reden erbij. Van Leuven staan er twaalf sport- en skateterreinen genoteerd, van Vorselaar drie.

Dat is geen bureaucratie maar zelfbescherming: zonder dat bestand zou dezelfde vraag elk jaar opnieuw gesteld worden, en zou iemand ooit besluiten dat een skatepark er tóch bij mag. Nu staat zwart op wit waarom niet.

Een terrein dat allebei is, doet wel mee

De grens gaat over terreinen zónder toestellen. Een plein met een schommel én een basketkorf is gewoon een speeltuin, en de korf staat er dan bij als extra reden om er heen te gaan. Dat is de meest voorkomende vorm in België: het buurtplein waar de kleine schommelt en de grote tegen een muur trapt. Zie met een groot en een klein kind.

Voor tieners is dat vaak juist het interessante deel van een speeltuin. Zie een speeltuin voor tieners.

Waar je die plekken dan wel vindt

Voor skateparken en pumptracks is de gemeentelijke jeugd- of sportdienst de beste bron; veel gemeenten hebben er een aparte pagina voor. Op OpenStreetMap staan ze onder leisure=pitch met sport=skateboard of sport=bmx, en apps die die laag tonen vinden ze wel.

Speelbossen en speelzones zijn een ander verhaal: die staan hier wél op, ook al staat er geen enkel toestel. Het verschil is dat een speelbos expliciet voor spelen is aangeduid en een sportveld voor sport. Zie spelen in het bos: speelzones, speelbossen en wat er mag.

Vind je dat we het mis hebben, laat het weten via het formulier onderaan elke speeltuinpagina. De grens is een keuze, geen natuurwet.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids