Dierenpark of kinderboerderij
Voor een kind van drie is een geit die aan zijn jas trekt indrukwekkender dan de beste glijbaan van de gemeente. Dieren doen iets wat toestellen niet doen: ze reageren terug.
Op onze kaart staan 107 dierenparken in 79 gemeenten, en bij 75 speeltuinen ligt er een kinderboerderij binnen wandelafstand — die zie je op de pagina van de speeltuin staan als kenmerk.
Het verschil in een alinea
Een kinderboerderij draait om aanraken: geiten, konijnen, kippen, soms een pony. Meestal gratis, meestal van de gemeente of een vzw, en klein genoeg om in een uur rond te lopen. Een dierenpark is groter, vaak betalend, en je kijkt er meer dan je aanraakt. Een dierentuin is dat nog eens een maat groter.
Voor kleuters wint de kinderboerderij bijna altijd. Ze mogen erbij, het is gratis, en een uur is precies hun spanningsboog. Vanaf een jaar of zes wordt een dierenpark interessanter — zie betalende speelparken en provinciedomeinen voor wanneer een kassa de moeite is.
Kijk wat er bij jou ligt: Antwerpen, Brugge, Sint-Niklaas, of zoek via in de buurt.
Voederen: vraag het eerst
Bijna elke kinderboerderij heeft hier regels over, en ze verschillen per plek. De gangbare lijn:
- Brood is bijna overal verboden. Het is slecht voor herkauwers en het trekt ratten aan. Dat oude brood dat je speciaal meebracht, blijft dus in de tas.
- Voer uit de automaat ter plaatse mag meestal wel — dat is afgestemd op de dieren die er staan.
- Platte hand. Een geit ziet het verschil tussen een wortel en een vinger niet. Voeren met vlakke hand en gestrekte vingers scheelt tranen.
- Staat er een bord dat voederen verboden is, dan is dat er meestal omdat een dier ziek is of op dieet staat.
Handen wassen, echt
Dit is de enige gezondheidsregel die er bij dieren toe doet. Besmetting van dier naar kind loopt via de handen naar de mond, en jonge kinderen steken hun handen overal in. Was of ontsmet de handen bij het buitengaan, en zeker voor het eten — ook als er niets aangeraakt leek te worden.
Neem vochtige doekjes of handgel mee: een wasbak bij de uitgang is er niet altijd. Zie ook wat neem je mee.
Het seizoen maakt het verschil
Het voorjaar wint. Maart tot mei is de periode van lammetjes, kuikens en jonge geitjes, en dat is precies wat een kind wil zien. In de zomer liggen dezelfde dieren in de schaduw te slapen, en in de winter staan ze binnen of helemaal niet buiten.
Ga in het voorjaar vroeg op de dag: dieren zijn dan actief, en in de namiddag zijn ze het bekijken beu.
Praktisch
- Laarzen of schoenen die vuil mogen. Een kinderboerderij is modder met dieren erin. Zie wat trek je aan.
- Een buggy komt er niet overal door. Grind en zand zijn gebruikelijk.
- Een kind dat schrikt van dieren heeft meer aan de konijnen dan aan de geiten. Begin klein en laag.
- Combineer met een picknick. Veel kinderboerderijen liggen in of naast een park, met een speeltuin ernaast — zie picknicken bij de speeltuin en spelen in het park.
Ken jij een kinderboerderij die bij ons niet naast de speeltuin staat? Vul het aan op de pagina van die speeltuin, dan vindt de volgende ouder ze wel.