Een speelterrein in het Leopoldpark in Brussel
Foto: Daderot, CC0 via Wikimedia Commons

Naar de speeltuin in Wallonië en Brussel

Deze kaart is Belgisch, niet Vlaams. Er staan 1.619 speeltuinen in Wallonië op en 461 in Brussel, tegenover 5.389 in Vlaanderen. Wie op vakantie gaat in de Ardennen of een namiddag in Brussel doorbrengt, vindt hier dus gewoon wat er ligt.

De woorden

Zoek je ter plaatse op een bord of op een gemeentesite, dan heet het ding anders:

  • Aire de jeux — het gewone woord voor speeltuin, het meest gebruikt.
  • Plaine de jeux — hetzelfde, maar ook het woord voor speelpleinwerking in de vakantie. Zie een aankondiging met data en uren erbij, dan gaat het over opvang en niet over een pleintje. Zie speelpleinwerking in de vakantie.
  • Espace public of parc — de bredere categorie waar een speeltuin onder valt op een stadsplan.
  • Jeux pour enfants — wat er vaak op het bord zelf staat, met de leeftijdsgrens eronder.

In Brussel staat het meestal tweetalig aangeduid, in Wallonië zelden.

Waar het goed zit

De grootste aantallen liggen waar je ze verwacht: Luik met 60, Namen met 41, Bergen en Ottignies-Louvain-la-Neuve elk met 33, Charleroi met 30.

In Brussel is de dichtheid het hoogst van het hele land: 461 speeltuinen op negentien gemeenten. Brussel-stad telt er 94, Anderlecht 49, Ukkel 31, Schaarbeek en Evere elk 30. Brussel scoort ook het best van de drie gewesten op toiletten: bij één op vijf speeltuinen is er een wc in de buurt, tegenover één op acht in Vlaanderen. Zie een wc bij de speeltuin.

Waarom er zo weinig namen bij staan

Hier moeten we eerlijk zijn. In Vlaanderen heeft 36 procent van de speeltuinen op deze kaart een echte naam, in Brussel 27 procent, in Wallonië 14. En waar geen naam is, valt de pagina terug op de straat.

Dat verschil zegt niets over Waalse speeltuinen en alles over wie er in kaart brengt. Vlaamse gemeenten publiceren vaker open data over hun speelterreinen, en OpenStreetMap is er actiever. Wij halen namen op uit de open dataportalen van steden, en in Wallonië zijn dat er voorlopig vijf: Namen, Verviers, Antoing, Ecaussinnes en Marche-en-Famenne. In Vlaanderen twaalf, en in Brussel één.

Hetzelfde geldt voor toestellen: van de Waalse speeltuinen weten we bij 9 procent wat er staat, in Vlaanderen bij 25 procent. Meer daarover in waarom speeltuinen geen naam hebben.

Praktisch

  • Bossen en natuurgebieden werken anders. De Vlaamse regeling met aangeduide speelzones bestaat in Wallonië in een eigen vorm, per bos en met eigen bewegwijzering. Lees het bord aan de ingang. Zie spelen in het bos.
  • Een kapot toestel melden gaat via de gemeente, net als in Vlaanderen, alleen heet het formulier daar iets anders. Zie een kapot toestel melden.
  • Provinciedomeinen bestaan ook in Wallonië, vaak met waterspel en tegen betaling. Zie betalende speelparken en provinciedomeinen.

Ken je in Wallonië of Brussel een speeltuin die er niet op staat, of weet je hoe er een heet, dan kan je dat onderaan elke speeltuinpagina aanvullen. Die 14 procent is geen natuurwet.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids