Een speelterrein met glijbaan en schommels
Foto: Marina bauer, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Welke toestellen staan er eigenlijk?

Bij ruim 1.550 van de 7.454 Belgische speeltuinen op deze kaart is bekend welke toestellen er staan — ruim één op vijf. Bij de rest weten we alleen dát er een speeltuin is. Dat is geen detail: het is meteen de meest gevraagde en minst beschikbare informatie op de hele site.

Waar het wel ingevuld is, zie je een klein aantal toestellen dat steeds terugkeert. De uitzonderingen — piratenschepen, kastelen, avonturenparcours — staan in een speeltuin met een thema.

De klassiekers, en wat ze doen

De schommel is het toestel met de langste levensduur per kind: bruikbaar vanaf een babyzitje tot ver in de lagere school. Hij is ook de grootste bron van botsingen, omdat kinderen er van voren langs lopen. De meeste speeltuinen hebben er te weinig, en de wachtrij aan de schommel is de meest voorspelbare ruzie van elke namiddag.

De glijbaan wordt beoordeeld op hoogte door kinderen en op materiaal door ouders. Metaal wordt in de zomer heet genoeg om niet op te kunnen zitten; kunststof niet. Zie naar de speeltuin in de zomer.

De zandbak is het meest onderschatte toestel dat er is. Hij kost bijna niets, gaat het langst mee, en houdt kinderen van anderhalf tot een jaar of zeven bezig — langer dan welk klimtoestel ook. Het nadeel is bekend en gaat mee naar huis. Zie ook wat er onder de toestellen ligt.

Het klimrek of de klimtoren is waar de leeftijdsscheiding hard wordt. Onder de vier is de helft ervan onbereikbaar; boven de acht is het snel te makkelijk.

Het veertoestel — het paardje op een veer — is puur peutergebied en verdwijnt na een jaar of vier uit het repertoire. Zie naar de speeltuin met een peuter.

De draaimolen is teruggekeerd na jaren van afwezigheid, in veiliger uitvoeringen. Populair bij groepjes, onbruikbaar in je eentje.

De kabelbaan is het toestel waar kinderen de verste omweg voor maken. Er staan er weinig, en waar er een is, is die het drukst van het hele terrein.

Wat de cijfers niet zeggen

Dat één op vijf is een gegeven over invulling, niet over inrichting. Een speeltuin zonder toestellen in onze data heeft bijna altijd toestellen — ze zijn alleen nooit ingevoerd. Brugge staat bovenaan met 67 speeltuinen waarvan de toestellen bekend zijn, Gent volgt met 61 en Oostende met 52 — dat zegt iets over wie er lokaal aan het karteren is, niet over wie de beste speeltuinen heeft.

Wil je het beeld verbeteren voor jouw buurt: op elke speeltuinpagina kan je onderaan aanvullen wat er staat. Elke aanvulling wordt door een mens nagekeken.

Een praktische regel

Kies niet op het aantal toestellen. Een speeltuin met vier toestellen die bij de leeftijd van je kind passen, is beter dan eentje met tien waarvan er twee bruikbaar zijn. Dat maakt de leeftijdsvraag belangrijker dan de inventaris — en die vind je terug in de artikels over peuters en tieners.

Zoek een speeltuin via in de buurt of de gemeentelijst.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids