Twee paar regenlaarzen op een trap
Foto: Erikamthompson, CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons

Wat trek je aan naar de speeltuin?

De meeste speeltuinbezoeken eindigen niet omdat de kinderen uitgespeeld zijn, maar omdat iemand nat, vies of koud is. Dat is grotendeels een kwestie van wat er die ochtend uit de kast kwam.

Begin bij de ondergrond

Wat onder de toestellen ligt, bepaalt wat er thuiskomt. Op onze kaart is bij de terreinen met een ingevulde ondergrond gras het vaakst genoteerd (668), gevolgd door zand (399) en houtsnippers (103). Rubber, de ondergrond die niets afgeeft, komt op amper enkele tientallen terreinen voor.

  • Zand kruipt overal in en komt er niet meer uit. Schoenen die je kan uitschudden, geen sandalen met een fijn weefsel, en sokken die je mag verliezen.
  • Houtsnippers prikken door dunne zolen en blijven in de omslag van een broek zitten.
  • Gras is de vriendelijkste ondergrond en de natste. Na regen tot ver in de namiddag.

Meer daarover in de ondergrond onder de toestellen.

Schoenen

Dichte schoenen met een stevige zool en een hiel die vastzit. Dat is het hele advies. Slippers vallen van de glijbaan, sandalen met open neus eindigen in een geschaafde teen, en laarzen glijden weg op een klimnet.

In de winter zijn regenlaarzen wél de juiste keuze — voor de plassen, niet voor de klimtoren. Wie gaat klimmen, doet beter schoenen aan. Zie speeltuin bij regen en in de winter.

Wat je beter thuislaat

Sjaals, koorden en capuchons met een trekkoord. Dit is geen overdreven voorzichtigheid: alles wat om de nek hangt, kan blijven haken in een glijbaan of een klimnet. Speeltoestellen worden precies daarop getest — zie hoe veilig is de speeltuin. Een sjaal onder de jas is prima, een losse sjaal aan de glijbaan niet.

De mooie jas. De schuine paal ruïneert meer jassen dan wat ook.

Lange kettinkjes en fietshelmen. De helm gaat af bij het klimmen, niet bij het fietsen — een helm die in een klimtoestel blijft haken, is precies het scenario waarvoor hij niet gemaakt is. Zie leren fietsen: waar oefen je.

Per seizoen

Zomer. Lichte lange mouwen doen hetzelfde als zonnecrème en smeren zichzelf niet uit. Een pet met een klep, en schoenen: metalen glijbanen en zwarte rubbertegels worden heet genoeg om te branden. Zie naar de speeltuin in de zomer.

Lente en herfst. Lagen. Een kind dat klimt, heeft het na tien minuten warm en na een uur stilzitten koud.

Winter. Wanten in plaats van handschoenen, want ze houden warmer — maar aan een klimrek grijpt een handschoen beter. Kies naar wat het kind gaat doen. Een muts helpt meer dan een dikkere jas.

Bij water. Bij 47 speelterreinen op onze kaart staat waterspel getagd, en overal waar water is, wordt iemand kletsnat. Reservekleren in de auto, altijd.

Voor de volwassene

Kleren waarin je op de grond kan zitten en desnoods zelf in de klimtoren kan. Ergens tussen het glijbaanuiteinde en de zandbak in verlies je je waardigheid toch. Handig: één jaszak die dichtgaat, want alles wat los in je zak zit, ligt straks in het zand.

De rest van de tas

Reservekleren, doekjes en een zak voor de natte spullen: zie wat neem je mee naar de speeltuin. En als je toch eten meeneemt, houd dan rekening met vlekken die niet meer weggaan — zie picknicken bij de speeltuin.

Zoek een speeltuin met de juiste ondergrond in de buurt of via de gemeentelijst.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids