Een speelplein op een binnenplein
Foto: Hannelore Vandenberghe, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Ruzie op de speeltuin

De speeltuin is voor veel kinderen de eerste plek waar ze met vreemden moeten onderhandelen zonder dat er een juf bij staat. Dat gaat mis, en dat hoort. De vraag is wanneer je ingrijpt.

Waar het bijna altijd over gaat

De schommel. Er zijn er te weinig, ze zijn het populairst, en er bestaat geen zichtbare wachtrij. Vrijwel elke speeltuinruzie in België begint hier. Zie ook welke toestellen er staan.

Het meegebrachte speelgoed. Een eigen schepje of bal is privébezit op een publieke plek — precies het grijze gebied waar kinderen nog geen regels voor hebben.

Voorkruipen bij de glijbaan. Meestal geen onwil maar ongeduld.

Wat je beter laat gebeuren

Kleine conflicten zijn geen probleem dat je moet oplossen; ze zijn waarvoor je gekomen bent. Kinderen leren onderhandelen door te onderhandelen, en een volwassene die na tien seconden tussenbeide komt, neemt precies die oefening weg.

Een bruikbare vuistregel: grijp in bij gevaar, niet bij onenigheid. Duwen van een hoogte, slaan, een kind dat klem zit — dat is meteen. Twee kinderen die staan te ruziën over wie eerst mag, laat je twee minuten hun gang gaan. Vaker dan je denkt is het opgelost voor je erbij bent.

Als je toch ingrijpt

Bij je eigen kind: benoem wat er gebeurt in plaats van te oordelen. “Hij was aan het wachten” werkt beter dan “dat doe je niet”. En laat je kind zelf de oplossing zeggen — “wat kan je nu doen?” — in plaats van dat jij ze oplegt.

Bij een ander kind: kort, vriendelijk, over het gedrag en niet over het kind. “Niet duwen op de trap, dat is gevaarlijk” is iets wat elke ouder van een ander kind mag zeggen. Wat je niet doet: het kind straffen, vastnemen, of de ouder gaan zoeken voor een discussie.

Bij een andere ouder: meestal niet. Ouders van een duwend kind weten het zelden en horen het zelden graag. Als het echt herhaalt en het escaleert, is “onze kinderen botsen wat, zullen we ze even uit elkaar halen” ongeveer de enige zin die werkt.

De leeftijd doet er toe

Onder de drie is delen ontwikkelingsmatig nog niet aan de orde — een peuter die niet wil delen, is geen onbeleefde peuter. Beurten om en om lukt meestal ergens rond vier. Zie naar de speeltuin met een peuter.

Vanaf een jaar of acht regelen kinderen dit grotendeels zelf, en vanaf tien wordt jouw tussenkomst actief hinderlijk. Zie alleen naar de speeltuin en speeltuin voor tieners.

Eén praktische tip

Ga niet op een bank aan de rand zitten met je telefoon en spring dan om de vijf minuten op. Wie op afstand zit maar kijkt, ziet aankomen wat er misgaat — en grijpt daardoor minder vaak in, niet vaker.

Zoek een speeltuin via in de buurt.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids