Spuitfonteinen in het plaveisel van een plein
Foto: Dietmar Rabich, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Waterspel op de speeltuin

Op de eerste warme dag van het jaar wil elk kind hetzelfde: nat worden. En elke ouder wil hetzelfde weten: waar kan dat, zonder dat we naar het zwembad moeten?

Het eerlijke antwoord is dat waterspel in België zeldzaam is. Van de 7.469 speeltuinen op onze kaart zijn er 36 waar we weten dat er met water gespeeld kan worden. Dat is één op de tweehonderd.

Drie soorten, en ze verschillen enorm

  • De waterpomp. Een zwengel, een goot, een zandbak eronder. Kinderen zijn er een uur zoet mee en worden gegarandeerd vies. Dit is verreweg de goedkoopste vorm en je ziet hem daarom het vaakst in nieuwe natuurspeeltuinen. Zie wat is een natuurspeeltuin.
  • De spuitfontein of splash pad. Verticale straaltjes uit een verharde ondergrond, meestal met een knop of een bewegingssensor. Geen staand water, dus geen verdrinkingsrisico en geen toezichthouder nodig. Steden zetten ze op pleinen waar een pierebad niet kan.
  • Het pierebad. Ondiep staand water, vaak in een park of provinciedomein, meestal alleen open in de zomermaanden en soms met een toezichthouder. Dit is het enige type waar je echt in zit in plaats van ernaast.

Waar ze staan

Waterspel zit bijna altijd in een groot park of een domein, niet in een buurtspeeltuintje. In Leuven staan de waterspeeltuin in het Sluispark en een educatieve waterspeeltuin, in Gent de waterspeeltuin in het Wonderwoud, in Turnhout het speelplein Heizijdse Velden. Antwerpen heeft spuitfonteinen op de Dageraadplaats en aan de New Yorkkaai.

Aan de kust komt er nog een categorie bij die op geen enkele kaart als speeltuin staat: de zee. Zie speeltuinen aan de kust.

Betalende domeinen hebben vaker waterspel dan gratis speeltuinen — dat is meteen het hele verschil in budget. Zie betalende speelparken en provinciedomeinen.

Dat cijfer van 36 klopt waarschijnlijk niet

Wij markeren een speeltuin als waterspeelplek wanneer er een waterpomp, spuitfontein of splash pad apart is ingetekend in OpenStreetMap, of wanneer het woord in de naam staat. Een pierebad dat niemand ooit heeft ingevoerd, staat er dus niet bij — en dat zijn er ongetwijfeld meer dan 36.

Tot vorige week stonden er 54, tot bleek dat de Waterlelielaan, de Watersnepstraat en het Watermuntpark meetelden. Dat zijn straten met een plant en een vogel in hun naam, geen waterspeelplekken. Nu telt alleen nog wat écht over water gaat.

Wat je meeneemt

  • Reservekleren, en meer dan je denkt. Een spuitfontein maakt een kind natter dan een regenbui.
  • Slippers of oude schoenen. Rond een pierebad is het glad en rond een waterpomp modderig.
  • Handdoek en zonnecrème. Nat en zon samen verbrandt sneller dan droog en zon. Zie naar de speeltuin in de zomer.
  • Geen zwembandjes. Een pierebad is ondiep genoeg om te staan en te ondiep om te drijven; bandjes geven kinderen vooral het idee dat ze verder mogen.

Het water staat meestal alleen aan van ongeveer mei tot september, en bij veel gemeenten pas vanaf een bepaalde temperatuur. Bel de gemeente als je er speciaal voor rijdt — een dichtgedraaide fontein op een warme dag is een lange terugrit.

Zoek je iets in je eigen buurt, kijk dan bij jou in de buurt en zet de filter op waterspel. Weet je van een speeltuin dat er water is en staat het er niet bij, dan kan je dat onderaan haar pagina aanvullen.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids