Een Vlaams bos in de herfst
Foto: BosgroepLimburg, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Spelen in het bos: speelzones, speelbossen en wat er mag

Een bos is geen speeltuin, en dat is precies het punt. Er staat niets, dus alles moet verzonnen worden: een tak wordt een zwaard, een helling wordt een glijbaan, een omgevallen boom wordt een huis. Kinderen die op een plein na tien minuten uitgekeken zijn, blijven in een bos een uur bezig.

De regel: op de paden, behalve in een speelzone

In openbare bossen in Vlaanderen geldt de basisregel dat bezoekers op de paden blijven. Dat is er niet om kinderen te pesten maar om de rest van het bos met rust te laten: broedende vogels, jonge aanplant, dieren die dekking nodig hebben.

Daarnaast duidt de boswachter speelzones aan: afgebakende stukken bos waar je wél vrij mag rondlopen, van de paden af, tussen de bomen. Daar mag je hutten bouwen van dood hout, in bomen klimmen, en een helling afrollen. Zo’n zone staat aangeduid op de infoborden aan de ingang en op de bosplattegrond. In Wallonië en Brussel werkt het vergelijkbaar, met eigen bewegwijzering per bos.

Een speelbos is de kleine broer daarvan: een stuk bos bij een gemeente of een domein dat expliciet voor spelen is bedoeld, soms met een paar houten toestellen erin. Op onze kaart dragen 78 plekken “speelbos” of “speelzone” in hun naam.

Wat je er vindt (en niet)

Geen glijbaan, geen schommel, geen rubbertegels. Wel: hoogteverschil, dood hout, bladeren, modder, en bij een beetje geluk een beek. Precies de dingen die op een pleintje ontbreken.

Wat dat betekent voor de ondergrond is ook eerlijk: je valt er op wortels en takken, niet op een gekeurde valdemping. Zie wat er onder de toestellen ligt — in een speelzone geldt dat verhaal niet, want er staan geen toestellen. Een natuurspeeltuin zit daar tussenin: natuurlijke materialen, maar wel aangelegd en gekeurd.

Waar je op let

  • Spreek een grens af. “Tot aan het pad” of “tot waar je de rode paal ziet” werkt beter dan “niet te ver”. In een bos verlies je elkaar sneller dan je denkt, en een kind dat rent, is in twintig seconden uit het zicht.
  • Teken. Hoog gras en struikgewas zijn hun terrein. Na afloop nakijken is een gewoonte van dertig seconden. Zie processierupsen, teken en brandnetels.
  • Laarzen of schoenen die vuil mogen. Een bos is nooit droog. Zie naar de speeltuin bij regen en in de winter.
  • De jachtkalender. In de herfst en de winter worden delen van sommige bossen tijdelijk afgesloten voor drijfjachten. Dat staat aan de ingang aangekondigd; ga er niet omheen.
  • De hond. In bossen geldt leibandplicht buiten de losloopzones. Zie mag de hond mee.

Hutten bouwen: de afspraak

Bouwen met dood hout dat op de grond ligt mag in een speelzone. Levende takken afbreken niet, en een hut die blijft staan, is voor de boswachter een obstakel dat hij later moet opruimen. De gewoonte die overal werkt: bouw wat je wil, en laat het hout achter zoals je het vond als je vertrekt — of laat de hut staan waar hij niemand hindert, zodat de volgende groep er verder aan bouwt.

Vuur maken mag niet. Ook niet klein, ook niet in een kuil.

Voor wie het te wild is

Niet elk kind wil een bos in. Prikkelgevoelige kinderen vinden het gebrek aan structuur soms lastiger dan een druk plein, en een kind dat nog niet stevig loopt, komt er weinig aan spelen toe. Voor die gevallen is een park met gras en paden de tussenstap.

Zoek een speelbos of een park in de buurt via in de buurt, of kijk op de bosplattegrond van je gemeente waar de speelzone ligt.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids