Een stadspark met gras en bomen
Foto: Krzysztof Popławski, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Spelen in het park

Een speeltuin is een plek met toestellen. Een park is een plek waar toestellen toevallig ook staan. Met kinderen erbij is dat tweede vaak de betere keuze, en niet om de reden die je zou verwachten.

De cijfers

We hebben bijna 1.400 Belgische parken in kaart, en bij 643 daarvan ligt minstens één speeltuin binnen de parkgrens. Bijna 400 parken zijn groter dan vijf hectare — groot genoeg om er een halve dag rond te lopen zonder twee keer hetzelfde te zien.

De uitschieters zijn provinciedomeinen: het Provinciaal Domein Bokrijk in Genk meet ruim 730 hectare, Puyenbroeck in Lochristi bijna 400. Gent heeft met 96 het grootste aantal parken, gevolgd door Antwerpen met 66 en Brugge met 48.

Waarom het met kinderen beter werkt

De toestellen zijn niet het hele programma. In een speeltuintje van tien bij tien is alles binnen tien minuten gedaan, en dan begint het zeuren. In een park is de glijbaan één halte van vele: er is een vijver, een helling, stokken, een hond om naar te kijken.

Er is schaduw. Een park heeft bomen; het gemiddelde buurtspeeltuintje heeft er nul. In juli is dat het verschil tussen twee uur blijven en twintig minuten.

Er is vaker een wc. Grote parken hebben cafetaria’s, en cafetaria’s hebben toiletten. Zie een wc bij de speeltuin.

Kinderen van verschillende leeftijden kunnen samen. De peuter wil de zandbak, de tienjarige wil een veld om op te fietsen. Een park geeft allebei iets; een speeltuintje kiest partij. Zie ook naar de speeltuin met een peuter en speeltuin voor tieners.

Waar het tegenvalt

Een park is niet omheind. Dat is de keerzijde die je niet mag wegwuiven: aan een parkspeeltuin loopt vaak een pad, soms een weg, meestal water. Voor een kind dat nog niet luistert als je roept, is een klein omheind speeltuintje veiliger dan honderd hectare vrijheid — zie een omheind speelterrein. Grote parken hebben dan weer vaker een poort die ‘s avonds sluit; zie hoe laat is de speeltuin open.

En groot betekent ver. De speeltuin ligt zelden aan de ingang. Reken op tien minuten stappen met korte beentjes voor je er bent — heen én terug, dat laatste meestal met een kind op de arm.

Praktisch

  • Kijk vooraf waar de speeltuin in het park ligt, niet alleen waar het park ligt.
  • Provinciedomeinen vragen soms parkeergeld. De toegang zelf is meestal gratis.
  • Neem een bal of een springtouw mee. In een park is de open ruimte het speeltoestel.
  • Bij regen is een park drassig lang nadat het gestopt is. Zie speeltuin bij regen en in de winter.

Zoek een park in de buurt via de gemeentelijst of kijk wat er bij jou in de buurt ligt.

Verder kijken

Speeltuinen in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Speelgids